Alles begint met het architectuurmodel en de schematisering
Schematiseren is het proces waarbij je een echt gebouw (het architectuurmodel) vereenvoudigt tot een analysemodel, ook wel rekenmodel of mechanicamodel genoemd, dat software effectief kan doorrekenen. Dat betekent drie dingen idealiseren: de geometrie (systeemlijnen en -vlakken in plaats van de werkelijke vorm), de opleggingen (hoe de constructie met de grond verbonden is) en de verbindingen (hoe onderdelen onderling verbonden zijn). Maak je hier een fout, dan erft elke volgende berekening die fout mee. Hieronder lopen we elk onderdeel door, en passen we ze toe op een echt frame (portaal) in Diamonds.
We zullen het architectuurmodel moeten strippen totdat enkel de draagstructuur overblijft. De draagstructuur zal de aangrijpende belastingen herleiden naar de grond. Mogelijke aangrijpende belastingen zijn het gewicht van de constructie zelf, gewicht resulterend uit het gebruik van de constructie (mensen, meubilair, machines). Maar ook wind, sneeuw, temperatuursveranderingen, … kunnen ook voor belastingen zorgen en moeten dus in rekening worden gebracht.
Om de draagstructuur toegankelijk te maken voor berekeningen, moeten we het schematiseren naar een analyse model (syn.: reken model, mechanica model) van maken. Dit gaat gepaard met noodzakelijke idealiseringen en vereenvoudigen om het krachtenspel in de constructie te kunnen weergeven. De idealiseringen zitten op gebied van:
- De geometrie (de vorm en afmetingen) van de structuur
- De opleggingen
- De verbindingen

Vorm van de structuur
Door de schematisering, zullen systeemlijnen die samenvallen met de assen van de doorsnede de balken en kolommen vervangen. Analoog, zullen systeemvlakken die samenvallen met het asvlak de vloeren en wanden vervangen.

Doordat we met systeemlijnen en -vlakken werken, is de rekenwaarde van de overspanningen in een analysemodel een klein beetje verschillend van de werkelijke afmetingen die we terugvinden in de werkelijke constructie (= architectuurmodel). In Figuur 3 zijn:
- de balken in het analyse model iets korter dan in werkelijkheid
- de kolommen iets langer dan in werkelijkheid
Zodra de positie van de systeemlijnen en -vlakken bepaald is, moeten we hieraan een doorsnede toekennen. Hoe beter deze initiële keuze aansluit bij het finaal ontwerp, hoe minder rekenwerk. Als richtlijn, kunnen we onderstaande vuistregels gebruiken om de initiële doorsnede van elk element te schatten.

| Vloerliggers | ||
|---|---|---|
| Beton | In-situ |
L/10 (één veld) L/14,5 (doorlopend) |
| Voorgespannen | L/20 | |
| Staal | L/15 à L/20 | |
| Hout | Ter pl. gestort | L/20 |
| Gelamineerd | L/17 | |
| Dakliggers | ||
| Beton | In-situ | L/20 |
| Voorgespannen | L/20 | |
| Staal | L/30 | |
| Hout | Ter pl. gestort | L/20 |
| Gelamineerd | L/12 | |
| Kolommen | ||
| Beton | 1 bouwlaag (L | L/12 àL/15 |
| Meerdere bouwlagen (L | L/10 à L/12 | |
| Staal | 1 bouwlaag (3m | L/20 à L/25 |
| Meerdere bouwlagens (3m | L/7 à L/8 | |
| Hout | 1 bouwlaag | L/20 |
| Betonnen vloeren | ||
| Lijnondersteuning (tot 7m) | 1 veld | L/22 |
| Doorlopend | L/30 | |
| Puntondersteuning (tot 7m) | L/25 à L/28 | |
| Casettevloer, holle vloer, ribbenvloer (tot 20m) | 1/20 à 1/25 x lengte diagonaal | |
| Welfsel (tot 17m) | L/35 | |
| TT-vloer (tot 22m) | L/30 | |
Opleggingen en verbindingen
Een constructie(deel) zweeft niet vrij in de lucht. Constructiedelen zijn onderling met elkaar verbonden in verbindingen (syn. knopen – vooral in de staalbouw). En de constructie in z’n geheel, is verbonden aan deze planeet via opleggingen (syn. ondersteuningen, steunpunten) die de interne krachten afleiden naar de grond.
De schematisering van opleggingen/ knopen hangt af van hun mogelijke bewegingsvrijheid. Die bewegingsvrijheid speelt op twee niveaus:
- Enerzijds is de translatiestijfheid een maat voor de weerstand van de oplegging/verbinding tegen verplaatsingen.
- En anderzijds is de rotatiestijfheid is een maat voor de weerstand van de oplegging/ verbinding tegen verdraaien.
Een oplegging/ verbinding beperkt steeds minstens één vrijheidsgraad. In een tweedimensionaal plat vlak heeft een oplegging/verbinding maximaal 3 vrijheidsgraden: twee translaties en één rotatie (Figuur 4).

Door te spelen met de translatie- en rotatiestijfheid, kunnen we verschillende opleggingen/ verbindingen onderscheiden (Figuur 5).
- Het scharnier, de rol en de inklemming zijn de meest gebruikte opleggingen. Hierbij is zowel de translatie- als rotatiestijfheid belangrijk.
- Om verbindingen te classificeren, wordt meestal enkel gebruikt gemaakt van de rotatiestijfheid.
- Verbindingen met een vrije rotatie worden scharnierende verbindingen genoemd.
- Verbindingen waarin de rotatie verhinderd is, worden stijve, vaste of continue verbindingen genoemd.
- Verbindingen met een beperkte rotatiestijfheid, worden half-stijve verbindingen genoemd.
| ROTATIESTIJFHEID | |||||
| Vrij | Beperkt | Vast | |||
| VERBINDINGEN |
|
|
| ||
| OPLEGGINGEN | TRANSLATIE STIJFHEID ↔ | VRIJ | Rol oplegging | ||
| BELEMMERD | Scharnierende ondersteuning | Verende inklemming | Inklemming | ||
| TRANSLATIE STIJFHEID ↕ | Meestal verhinderd, maar BEPERKT kan door toepassing van een veer in de verticale richting. | ||||
Bij het maken van een analyse model moeten we dus de opleggingen en verbindingen zodanig schematiseren zodat die zo goed mogelijk het reële gedrag benaderen. In Figuur 6 zie je dezelfde constructie als in Figuur 1, maar dit keer zijn de opleggingen en verbindingen getoond samen met hun respectievelijke schematisering. Zo wordt bijvoorbeeld de vrije oplegging uit het werkelijke model vertaalt naar een roloplegging in het analyse model. Of de flexibele kolom-voetplaat verbinding naar een verende inklemming, enzo verder.

Onderstaande tabel toont foto’s van werkelijke opleggingen/verbindingen en hun bijhorende schematisering.
| Voorbeelden van opleggingen | Voorbeelden van knopen | ||
|---|---|---|---|
![]() | Tussen een prédal en een dragende muur wordt een neopreen strip gelegd. De neopreen strip zorgt ervoor dat de prédal kleine horizontale verplaatsingen kan ondergaan. | ![]() | Klassieke geboute balk-kolom verbinding met kniestuk. Het kniestuk zorgt voor extra rotatiestijfheid. |
![]() | Schematisering: roloplegging | Schematisering: stijve verbinding | |
![]() | Zowel alle translaties als rotaties zijn verhinderd in deze oplegging. | ![]() | Balk-kolom verbinding in beton waarbij de balk wordt opgelegd op een console. Meestal kan deze verbinding geen moment overdragen. |
| Schematisering: inklemming | ![]() | Schematisering: scharnierende verbinding | |
![]() | De vier bouten zorgen ervoor dat deze oplegging een zeker momentweerstand kan ontwikkelen. Helaas is deze weerstand niet van dezelfde grootorde als bij een inklemming. | ![]() | Een balk-balk verbinding in beton. Ook wel een tandoplegging genoemd. Deze verbinding kan geen moment overdragen. |
| Schematisering: verende inklemming | Schematisering: scharnierende verbinding | ||
![]() | Enkel in de bruggenbouw kom je de opleggingen in hun zuiverste vorm tegen. Dit voorbeeld is een scharnieroplegging. De translaties zijn verhinderd, maar de rotatie kan ongehinderd optreden. | ![]() | Een geboute balk-kolom-balk verbinding zonder kniestukken. Deze verbinding heeft een zekere rotatiestijfheid maar niet van dezelfde grootorde als wanneer er kniestukken aanwezig zouden zijn. |
| Schematisering: scharnierende oplegging | ![]() | Schematisering: half-stijve verbinding | |
Indien een bepaalde vrijheidsgraad (translatie of rotatie) vrij of verhinderd is, is het mechanica model van de oplegging/knoop snel bepaald. Het is alles of niets. Maar met translatieveren en rotatieveren is dat een ander verhaal. Er bestaan binnen de structurele analyse een aantal manieren om de waarde van die translatie- en rotatieveren te bepalen. Het is echter buiten de scope van dit artikel om daar verder op in te gaan.
Praktische toepassing: analyse model in Diamonds
Laat ons deze kennis nu een toepassen in Diamonds, ons meest uitgebreide programma voor structurele analyse. We maken het analyse model voor het tweede spant uit onderstaande hal.

De afmetingen van de systeemassen zijn als volgt:
- Breedte: 12m
- Kolom hoogte: 6m
- Dakhelling: 15°
Om beter te begrijpen waar de systeemassen precies liggen, tekenen we ze op de foto:

Aan de systeemassen moeten we profielen toekennen. Op basis van Tabel 1, kunnen we een eerste inschatting maken:
- Kolommen: 6000mm/ 20 = 300mm > HEA 300
- Balken: 6000mm/ 20 = 300mm > IPE 300
- Kniestuk: lengte 1m, hoogte gelijk aan de IPE-hoogte waarop het kniestuk bevestigd wordt.
- Opleggingen: neem aan scharnierend
- Verbindingen: vaste verbindingen (door aanwezigheid kniestuk). Verbindingen zijn default vast in Diamonds.
Om snel een spantje te genereren, maken we gebruik van de structuur generator.




In bovenstaande afbeelding wordt het spant afgebeeld in een draadvoorstelling: enkel de systeemassen zijn zichtbaar. Vragen we een massieve voorstelling, dan worden de profiel afmetingen gegenereerd en op de systeemassen geplakt. Dit heeft als gevolg dat deze voorstelling er niet uitziet zoals de werkelijke constructie (= architectuurmodel):
- Balken en kolommen lijken niet mooi aan te sluiten.
- Ook de balk-balk verbinding in de nok lijkt niet mooi aan te sluiten.
- De kniestukken in de nok overlappen (dat is zelfs al te zien in het draadmodel).
Maar deze zaken zijn normaal. Ze zijn het gevolg van de schematisering van een architectuurmodel (dat niet vatbaar is voor berekeningen) naar een analyse model (dat wel vatbaar is voor berekeningen).
Literatuur:
- Braam, R., & Lagendijk, P. (2010). Constructieleer gewapend beton (7de editie). Vrije Uitgevers, de.
- Stark, J., & Wardenier, J. (2014). Knopen (1ste editie). Bouwen Met Staal.
- Dicke, D. (1991). Stabiliteit voor ontwerpers (2e druk). Delftse U.M.
- Vuistregels voor het ontwerpen van een draagconstructie. (2013, 20 november). Wiki BK TU Delft. Geraadpleegd op 19 januari 2021, van http://wiki.bk.tudelft.nl/mw_bk-wiki/images/1/12/Vuistregels.pdf
- Hanaor, A. (1998). Principles of Structures. Blackwell Publishing.
FAQ
Wat is schematisering in structurele analyse?
Schematisering is het proces waarbij een architectuurmodel, hoe een gebouw er werkelijk uitziet, vereenvoudigd wordt tot een analysemodel dat software kan doorrekenen: balken en kolommen worden vervangen door systeemlijnen, vloeren en wanden door systeemvlakken, waarna opleggingen en verbindingen worden toegekend die het werkelijke gedrag benaderen.
Wat is het verschil tussen een oplegging en een randvoorwaarde in een structureel model?
Een oplegging verbindt de constructie met de grond en leidt interne krachten daarheen af. Een randvoorwaarde gebeurt in een knoop die twee onderdelen van de constructie met elkaar verbindt. Beide worden op dezelfde manier geclassificeerd, via hun translatie- en rotatiestijfheid, van volledig vrij (scharnierend) tot volledig vast (star), met halfstijve opties ertussenin.
Waarom wijkt het geschematiseerde model iets af van de werkelijke constructie?
Omdat systeemlijnen en -vlakken door de as van elke doorsnede lopen, niet door de rand ervan, zijn berekende overspanningen in het analysemodel iets korter voor balken en iets langer voor kolommen dan de werkelijke afmetingen. Dit is normaal en wijst niet op een fout.
Volgende stap
Benieuwd hoe schematisering werkt op jouw eigen constructie? Probeer Diamonds 30 dagen gratis uit, volledig functioneel, zonder verplichting.


Scharnierende verbinding
Half-stijve verbinding
Stijve verbinding












